Succesvol naar lokale ketenaanpak voor het kind met overgewicht of obesitas

Introductie

Alhoewel de Zorgstandaard Obesitas in een aantal gemeenten actief is geïmplementeerd, is dit nog geen landelijk gemeengoed. Daardoor blijft een grote groep van kinderen (0-19) met overgewicht en obesitas verstoken van goede ondersteuning en zorg. Een aantal knelpunten blijkt deze implementatie in de weg te staan.   

 

Hoofddoel

Het identificeren van landelijk toepasbare oplossingen voor een sluitende keten van ondersteuning en zorg voor élk kind met overgewicht en obesitas. Daarbij hebben oplossingen voor bekostigingsvraagstukken prioriteit. 

 

Het belangrijkste resultaat van het project is een landelijk toepasbaar model voor inhoud, organisatie, bekostiging en ontwikkeling van de keten voor ondersteuning en zorg voor kinderen met overgewicht en obesitas en hun ouders/verzorgers. Het model biedt ruimte voor lokale keuzes en kan rekenen op draagvlak.

 

Het landelijk model heeft meerdere functies:

- Het biedt duidelijkheid aan inkopers (gemeenten en zorgverzekeraars) over de interpretatie van regelgeving en de grenzen van beider verantwoordelijkheid; een belangrijke randvoorwaarde om te komen tot een samenhangende inkoop van ondersteuning en zorg voor kinderen met overgewicht  en obesitas.  

- Het biedt gemeenten een referentiekader voor de afweging hoe effectief vormgegeven kan worden aan de jeugdhulpplicht voor kinderen met overgewicht en obesitas

- Het biedt lokale partners, zoals aanbieders van ondersteuning en zorg, inzicht in hoe een keten voor ondersteuning en zorg aan kinderen met overgewicht en obesitas kan worden gerealiseerd en bekostigd.

 

Het basismodel

 

Het basismodel 'Van een smalle blik naar een brede visie op de aanpak van overgewicht en obesitas' geeft de ketenaanpak van Amsterdam en 's-Hertogenbosch weer als good practice zodat andere gemeenten hun kennis over een werkbare ketenaanpak kunnen vergroten. Het vormt ook de basis voor de ontwikkeling van het landelijk model. De ontwikkeling daarvan wordt onder coördinatie van Care for Obesity tot stand gebracht door inbreng van andere gemeenten op basis van hun ervaringen met het basismodel en hun (lokale) aanvullingen daarop.  De acht hiervoor betrokken gemeenten zijn: Almere, Amsterdam, Arnhem, 's-Hertogenbosch, Maastricht, Oss, Smallingerland en Zaanstad.

 

pdfBasismodel: 'Van een smalle blik naar een brede visei op de aanpak van overgewicht en obesitas'

 

pdfToelichting op de financiering van het basismodel

 

Werkwijze

In overleg met het ministerie van VWS zijn acht proeftuinen vastgesteld: Almere, Amsterdam, Arnhem, 's-Hertogenbosch, Maastricht, Oss, Smallingerland en Zaanstad. De achterliggende gedachte is dat een landelijk model  gebaseerd moet zijn op de ervaring vanuit de proeftuinen.

 

De proeftuinen werken in hun eigen project aan het versterken van de ketenaanpak, waaronder het samenhangend inkopen van ondersteuning en zorg voor kinderen met overgewicht en obesitas door de gemeente en zorgverzekeraar.

 

Care for Obesity monitort en evalueert deze proeftuinen en faciliteert, coördineert en organiseert een landelijke Learning Community, waarin de ervaringen én monitoringsuitkomsten systematisch worden gedeeld en besproken. Daardoor ontstaat inzicht van onderop, dat uiteindelijk leidt tot een landelijk model met mogelijkheid voor lokale variatie. Hierbij wordt ervaring uit de good practices in Amsterdam en ’s Hertogenbosch. benut en verrijkt.

 

Vanuit het ‘proeftuinentraject’ ondersteunt Care for Obesity  daarnaast het landelijk bureau van Jongeren Op Gezond Gewicht  (JOGG) bij de inrichting van hun lokale ondersteuningsstructuur voor de pijler Verbinding preventie en zorg. Binnen het huidige project wordt een toolbox ontwikkeld welke gemeenten kunnen gebruiken om hun lokale ketenaanpak te realiseren. Samen met JOGG wordt bekeken op welke manier zij optimaal bij deze ontwikkelingen kunnen aansluiten met de pijler Verbinding preventie en zorg.