Het percentage deelnemers (47%) dat minstens 5% gewicht verloor, is hoger aan het einde van het gehele GLI-traject dan na de eerste fase. Dat blijkt uit het nieuwste rapport van het RIVM over de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI). Dat laat ook zien dat deelnemers na afloop van het traject ook hun kwaliteit van leven fors hoger waarderen.

 Met een GLI krijgen mensen begeleiding en advies om  gezonde voeding, eetgewoontes en bewegen in te passen in hun eigen leven. Sinds 2019 kunnen volwassenen met een bepaalde mate van overgewicht hiermee hun leefstijl en gedrag verbeteren. Een GLI wordt onder voorwaarden vergoed vanuit de basisverzekering. De huidige GLI  is een programma van 2 jaar en bestaat uit 2 fases. Na de eerste fase, het behandeltraject van 9 maanden, had 32% van de deelnemers een gewichtsverlies van minimaal 5%. Na de tweede fase was dit opgelopen naar 47%. De resultaten van de eerste fase blijven daarmee behouden, of verbeteren zelfs tijdens de tweede fase. Een gewichtsverlies van minimaal 5% kan volgens de richtlijn Overgewicht en Obesitas als een betekenisvol verschil gezien worden.

Verbetering kwaliteit van leven zet door

Naast het gewichtsverlies verbeterde ook de kwaliteit van leven verder na het behandeltraject. Tijdens de eerste fase kreeg de kwaliteit van leven 7,5 punten meer (op een schaal van 0 tot 100). Dit groeide door naar een stijging van 12,9 punten aan het einde van het programma. Deze forse stijging laat zien dat een GLI meer impact heeft dan  gewichtsverlies alleen.

Optimalisatie GLI door juiste inzet

Een vergoede GLI is bedoeld als een interventie (factor leefstijl) in de totale behandeling van personen met een bepaalde mate van overgewicht, waarbij er sprake is van ziek, dysfunctionerend (buik)vetweefsel.

Effectief behandelen betekent de juiste interventies op het juiste moment. Hiervoor zullen alle (onderliggende) aanwezige factoren behandeld moeten worden die het overgewicht hebben veroorzaakt en/of in stand houden.

Middels www.checkoorzakenovergewicht.nl kunnen mensen zelf nagaan welke individuele factoren meespelen.

Op  www.behandelovergewicht.nl kunnen zorgverleners bekijken wat de aanpak is bij de verschillende oorzaken.

Vaak moeten er ook andere zaken dan alleen de  leefstijl geoptimaliseerd worden. Ook om een GLI effectiever te kunnen laten zijn.

Bij de inzet van een GLI is het soms nodig om ook de aanwezige sociale (zoals schuldenproblematiek), medische (zoals  medicijngebruik met gewichtverhogende bijwerking) en/of mentale factoren (zoals eetstoornis, trauma) aan te pakken. Dit betekent soms samenwerking van meerdere professionals, zoals in een netwerkaanpak (zie www.aanpakovergewicht.nl).

Rol van het RIVM

Het RIVM volgt de ontwikkelingen van de GLI in opdracht van het ministerie van VWS sinds 2019. Daarom brengt het 2 keer per jaar nieuwe gegevens over GLI naar buiten. Deze gegevens komen uit declaratiedata van de zorgverzekeraars en sinds augustus 2021 ook uit het GLI-register. Dit register wordt aangevuld met gegevens van deelnemers.

Aantal starters stijgt verder

Het aantal mensen dat in totaal met een GLI is gestart, steeg sinds het vorige rapport van ruim 82 duizend verder naar ruim 102 duizend. Dat is een stijging van 24%. Het aantal mensen dat in 2023 begon is vergelijkbaar met 2022.

Vervolgonderzoek naar uitval

Het RIVM blijft de GLI tot 2026 volgen. In 2024 wordt verdiepend onderzoek gedaan naar uitval bij de GLI. Dit onderzoek richt zich onder meer op de redenen die ervoor kunnen zorgen dat deelnemers voortijdig met het programma stoppen. Ook de rol van obesitasmedicatie bij de behaalde GLI-resultaten wordt onderzocht.

Share This