Om overgewicht tegen te gaan is er vaak meer nodig dan ‘gezonder eten en meer sporten’. Ondanks dat een ongezonde leefstijl vaak een hoofdrol speelt bij het ontstaan van overgewicht, is er bij een individu die inmiddels obesitas heeft meestal sprake van een optelsom van meerdere zaken die gewichtsafname belemmeren. Dat kunnen factoren zijn op het sociale vlak, zoals stress om financiële schulden. Soms spelen medische of biologische factoren een rol, zoals medicijngebruik met een gewichtsverhogende bijwerking. Deze factoren komen niet altijd aan bod in de spreekkamer of het wijkcentrum. Ook de toeleiding vanuit de spreekkamer naar de juiste hulp in de eigen buurt en vice versa blijkt moeizaam in de praktijk. Met de ketenaanpak Overgewicht en Obesitas Volwassenen werkt het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) met allerlei organisaties samen om eerst de onderliggende oorzaken van (ernstig) overgewicht aan te pakken en mensen daarna effectiever te begeleiden naar een gezonder gewicht. In Rotterdam start een tweede serie proeftuinen waarin de nieuwe ketenaanpak wordt getest. Deelnemers kunnen zich nog aanmelden om mee te doen.

In 2019 had 50,1% van de Nederlanders van 18 jaar of ouder een vorm van matig of ernstig overgewicht, en had 14,7% obesitas (bron: RIVM). Toch is overgewicht nog steeds een taboe-onderwerp, zelfs in de behandelkamer van artsen. Liesbeth van Rossum (hoogleraar en internist-endocrinoloog Erasmus MC en voorzitter van PON): “Als iemand met knieklachten bij de huisarts komt, wordt het overgewicht als mogelijke oorzaak niet altijd bespreekbaar gemaakt. En dus behandelen we de knie, maar het overgewicht te vaak niet. Het is bekend dat als het bij iemand lukt om het overgewicht te verminderen, ook de risico’s op ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten, depressie, gecompliceerde infectieziekten en kanker afnemen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken niet met een beschuldigend vingertje te wijzen.”

 

Oorzaken van overgewicht aanpakken

Naast een ongezonde leefstijl zijn mentale problemen en medicijngebruik veel voorkomende oorzaken van overgewicht. Ook komen medische oorzaken als hormonale en genetische afwijkingen voor. In zo’n situatie kan iemand flink bewegen of gezond eten, wat sowieso als basis aan te raden is, maar succesvol afvallen blijft dan vaak uit. Die oorzaken moeten eerst effectief worden aangepakt. De vaak ongezonde leefstijl die bijdraagt aan gewichtstoename, kan daarna met de juiste begeleiding goed leiden tot een gedragsverandering en gezonder gewicht. Ook is er dan aandacht voor zaken, zoals stress, armoede, schulden of eenzaamheid.

Nederland is een van de eerste landen waar erkende gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)-programma’s vergoed worden vanuit de basisverzekering. Bij onvoldoende effect van een GLI kunnen behandelingen als gewichtsverlagende medicatie (nog niet vergoed) en maagoperaties (wel vergoed) ingezet worden, alhoewel hier nog teveel een taboe op rust.

Ketenaanpak overgewicht bij volwassenen - proeftuin gezond gewicht Rotterdam - beeld 2

Om de echte onderliggende oorzaken van overgewicht aan te pakken en zo tot een effectievere vorm van behandeling of begeleiding te komen, werkt PON in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onder andere aan een ketenaanpak voor overgewicht en obesitas bij volwassenen. Hierbij worden het medische domein en het sociale domein beter op elkaar aangesloten en kan een persoon met overgewicht gemakkelijker naar de juiste plek worden doorverwezen. Deze opdracht komt voort uit het Nationaal Preventieakkoord dat eind 2018 is getekend door meer dan 70 partijen. In de gemeente Rotterdam zijn in 2019-2020 de eerste proeftuinen gestart met een Centrale Zorg Coördinator (CZC): een spin in het web die met een intake zorgt dat iemand met (ernstig) overgewicht op de juiste plek terecht komt. Of dat nu in het medisch of sociaal domein, of beide, is.

 

Een centrale contactpersoon

Via bijvoorbeeld een huisarts, coach, internist, wijkteam of door zichzelf aan te melden, komt de deelnemer bij de CZC terecht. Die doet tijdens het eerste gesprek een brede uitvraag. Overgewicht is een ingewikkeld probleem, en er wordt daarom goed gekeken naar wat de onderliggende oorzaken hiervan kunnen zijn. Rotterdamse projectleider Monique Liet: ”Zo kan iemand eerst voor een traject bij de fysiotherapeut belanden vóór er überhaupt aan sport kan worden gedacht. Op basis van een uitgebreid gesprek met de cliënt, zal de CZC met de deelnemer overleggen welke problemen het eerst moeten worden aangepakt. Daarna maken ze samen met andere domeinen of hulpverleners een plan op maat. Liet: “Ik heb bijvoorbeeld wel eens iemand via de WMO aan een scootmobiel geholpen, waarmee hij wél naar een beweegcoach kon.” Als arts heb je maar weinig inzicht in waar mensen met overgewicht en obesitas in hun omgeving terecht kunnen, geeft Van Rossum toe. “De CZC heeft dit overzicht wel: heeft een cliënt medische zorg nodig of misschien eerst andere hulp of ondersteuning? Dat kan van psychische hulp tot sportmaatjes of diëtist zijn, maar ook meer sociale contacten, hulp vanuit de kerk of moskee en vaker een combinatie van meerdere zaken.”

“De CZC kan in principe iedereen zijn, maar de functie vraagt wel om inschattingsvermogen en een sterk netwerk in de stad of wijk,” vertelt Claudia Bolleurs, projectleider vanuit het PON. Verstand hebben van al die vormen van hulpverlening en zorg, en waar die te vinden zijn: dat lijkt soms lastig te vinden in één centrale contactpersoon. In Rotterdam zijn dan ook twee CZC’ers betrokken vanuit de medische hoek, en twee vanuit welzijn en sport. Zo testen ze wat er werkt en wat niet, en hoe dat functieprofiel van de CZC eruit ziet.

 

Proeftuinen in vier Rotterdamse wijken

Als koploper lanceert de gemeente Rotterdam in september de tweede ronde van proeftuinen. In de eerste ronde van 2019-2020 deden twee wijken mee, vanaf september zullen dat er vier zijn: Kralingen-Crooswijk, Oude Noorden, Beverwaard en Oude Westen/Delfshaven. Er wordt wijkgericht én per persoon gekeken wat wel en wat niet werkt. Op de eerste ronde kijken CZC’s en deelnemers positief terug, zegt Liet: “Van de ruim 52 deelnemers vielen er maar vier uit, dat is extreem weinig. Deelnemers waarderen de aanpak op maat en een luisterend oor van de CZC. En de CZC’s op hun beurt zijn enthousiast, betrokken en zijn blij met de ruimte om te doen wat nodig is.”

In september trapt Rotterdam de tweede ronde af, en deelnemers kunnen zich nog aanmelden om mee te doen aan de proeftuin. PON maakt van de Rotterdamse aanpak samen met de input van proeftuinen in drie tot zes andere gemeenten een landelijk basismodel. Dit landelijke basismodel wordt daarna in alle andere gemeenten in Nederland uitgerold. Meer informatie over de Rotterdamse aanpak vind je via de projectpagina op rotterdam.nl.

 

Toekomstdromen

In het Nationaal Preventieakkoord staat dat het percentage overgewicht onder volwassenen in 2040 moet zijn teruggedrongen van 50% naar 38%, en obesitas gehalveerd tot 7,1%. Het akkoord is een goede eerste stap, volgens Van Rossum. En hoewel preventie heel belangrijk is, vindt ze dat maar één kant van de medaille. “Het zou goed zijn als we harder inzetten op preventie, dat het voedsel- en beweegaanbod in omgeving beter wordt, en een gezonde leefstijl vanzelfsprekender en gemakkelijker wordt voor iedereen. Daarnáást moeten we de mensen die al obesitas hebben beter begeleiden of behandelen dan nu meestal gebeurt. Tegelijkertijd moeten we écht ook oog hebben voor het stigma op obesitas, want een negatieve en veroordelende houding is niet terecht en werkt averechts. Als we mensen met obesitas beter begeleiden naast die inzet op preventie, dan hebben we een reële kans om het aantal mensen met overgewicht te laten dalen.”

Dit artikel is geschreven voor Lisanne Buijze, contentmanager van www.hvrgroup.nl